Bijbelvertalen

Onlangs was ik bij een bijeenkomst waar gesproken werd over het vertalen van de Bijbel. Eén van de moeilijkheden bij het vertalen van de Bijbel in het Sranantongo (het Surinaams) is hoe je ‘Heilige Geest’ moet vertalen. Voor geest heb je in Sranantongo twee belangrijke woorden. Het ene woord is ‘yeye’ en wordt gebruikt voor de menselijke geest. Het andere woord is ‘winti’ en wordt gebruikt voor de G(g)oddelijke geest(en). Op papier lijkt de keus niet moeilijk. Dan zou je gewoon met Santa Winti vertalen. Maar,… als je weet dat winti de connotatie heeft van afgodendienst, van Voodoo en van allerlei geestelijke boosheden in de lucht, dan wordt het toch een ander verhaal. Vrijwel alle Surinaamse vertalingen kiezen daarom toch voor Santa Yeye.

Eén van de sprekers voerde echter een pleidooi voor het gebruik van Santa Winti. Hij zei: We moeten met een vertaling de mensen dicht op de huid zitten. Zo dicht dat het ongemakkelijk gaat worden. Winti, dat komt dichtbij. Dat is iets waar de mensen hier dagelijks mee bezig zijn. Wanneer we ‘Heilige Geest’ vertalen met Santa Yeye dan kunnen de Winti en de Heilige Geest naast en met elkaar blijven voortbestaan. (Een vorm van synkretisme die in Suriname veel voorkomt.) Als we echter vertalen met Santa Winti dan komt Gods Winti recht tegenover alle andere winti’s te staan. Dan moet er een keuze gemaakt worden: óf de Heere óf de afgoden. U begrijpt dat het gevoerde pleidooi niet alleen over dit ene woordje ging, maar het hele Bijbelvertaalwerk aangaat.